Als u een mooi haarwerk heeft aangeschaft is het belangrijk dat het goed opgezet wordt. Staat het haarwerk een paar millimeter te ver in het gezicht dan wordt het vaak al zichtbaar.
Vier vingers regel.
De rand van een haarwerk wordt op de natuurlijke haarlijn gedragen. Dat is natuurlijk lastig te controleren als deze haarlijn niet meer zichtbaar is. Wij raden aan het haarwerk niet verder op het voorhoofd te zetten dan minimaal vier vingers boven de wenkbrauwen. Probeer het maar eens uit. U zult ontdekken wat een verschil dit uit maakt.
Oorkapjes.
De oorkapjes van het haarwerk zitten ter hoogte van de slapen, waar de natuurlijke bakkebaarden zitten. Let goed op dat ze symmetrisch zitten, aan beide zijden gelijk. In deze oorkapjes zit meestal een klein ijzerdraadje om te voorkomen dat de oorkapjes gaan wapperen. Zorg er dus voor dat deze recht zijn en niet verbogen zodat ze mooi kunnen aansluiten op de huid.
De elastiekjes.
Achter in de nekpartij heeft u waarschijnlijk de elastiekjes met een klittenbandje of haakjes al wel eens ontdekt. Deze worden gebruikt om een haarwerk dat door het dragen iets ruimer is geworden weer passend te maken. Bij uw nieuwe haarwerk hoeft u de elastiekjes niet telkens te verzetten. Moet u de elastiekjes gebruiken om het haarwerk goed te laten zitten dan kan het haarwerk wel eens te groot zijn. Let op dat u de elastiekjes niet te strak zet want dan maakt u het haarwerk eigenlijk te klein en een te klein haarwerk gaat eerder schuiven en kunt u dus gaan verliezen.

